INFORMATIE

Op deze pagina staat informatie beschreven over:

Serviceklassen

De Europese normalisatie-organisatie heeft voor bouwmaterialen normen opgesteld. Deze normen zijn vastgelegd in de Europese Normen (EN). In deze normen is onder andere vastgelegd onder welke omstandigheden bouwmaterialen mogen worden gebruikt (EN 1995-1-1). In de EN staan drie serviceklassen beschreven.

Serviceklasse 1

Serviceklasse 1 wordt gekenmerkt door een vochtgehalte van het materiaal dat overeenkomt met een temperatuur van 20°C. Bij materialen in serviceklasse 1 mag de relatieve vochtigheid van de omgevingslucht slechts 65% overschrijden, voor maximaal een paar weken per jaar.

Wanneer materiaal in serviceklasse 1 kan worden toegepast, betekent dit dat het materiaal in een droge omgeving moeten worden gebruikt. De omgevingstemperatuur en de omringende luchtvochtigheid dienen relatief stabiel te zijn.

Serviceklasse 2

Serviceklasse 2 wordt gekenmerkt door een vochtgehalte van het materiaal dat overeenkomt met een temperatuur van 20°C. Bij materialen in serviceklasse 1 mag de relatieve vochtigheid van de omgevingslucht slechts 85% overschrijden, voor maximaal een paar weken per jaar.

Wanneer materiaal in serviceklasse 2 kan worden gebruikt, betekent dit dat het materiaal in een relatief vochtige omgeving mag worden gebruikt, zoals een badkamer.

Serviceklasse 3

Serviceklasse 3 wordt gekarakteriseerd door klimaatcondities die leiden tot hogere vochtgehaltes dan in serviceklasse 3.

Materiaal dat in serviceklasse 3 kan worden gebruikt, mag buiten worden gebruikt. Dit materiaal kan worden blootgesteld aan het weer voor langere periodes of kan worden blootgesteld aan relatief hoge luchtvochtigheid.

Biologische risicoklassen

In de Europese Normen (EN) zijn naast serviceklassen ook biologische risicoklassen vastgelegd, in EN 335-3. Hierin is de duurzaamheid van hout en houtproducten beschreven. In de EN zijn vijf biologische risicoklassen opgesteld.

Biologische risicoklasse 1

In biologische risicoklasse 1 is sprake van een situatie waarbij het houtproduct zich in een constructie bevindt en waarin het product niet wordt blootgesteld aan het weer en aan vocht.

Producten die in biologische risicoklasse 1 mogen worden gebruikt, mogen binnenshuis, op droge plaatsen worden toegepast.

Biologische risicoklasse 2

Biologische risicoklasse 2 is een situatie waarbij het houtproduct bedekt is en waarin het product niet wordt blootgesteld aan het weer (zoals regen). Blootstelling aan vocht is mogelijk.

Producten die in biologische risicoklasse 2 mogen worden toegepast, mogen binnenshuis of onder een afdak worden gebruikt. Hierbij mogen de producten niet worden blootgesteld aan het weer, maar mag er wel sprake zijn van condens. Hierbij kan worden gedacht aan vochtige ruimtes, zoals badkamers.

Biologische risicoklasse 3

In biologische risicoklasse 3 is sprake van een situatie waarbij het product niet bedekt is en niet in contact is met de grond, en waarbij het product wordt blootgesteld aan het weer.

Biologische risicoklasse 4

Biologische risicoklasse 4 is een situatie waarbij het product direct in contact is met de grond of met water, en daarmee permanent wordt blootgesteld aan vocht.

Biologische risicoklasse 5

In biologische risicoklasse 5 is sprake van een situatie waarbij het product permanent wordt blootgesteld aan zout water.